Inloggen

De Vischmarkt

 

Inspanningen Stad en Ambt Doesborgh / Streekmuseum De Roode Tooren beloond

Ruim vier jaar geleden hebben wij het college gevraagd om deze oude naam weer zichtbaar te maken. Uiteraard zijn wij altijd in de weer om historische elementen in onze oude stad onder de aandacht te brengen. Maar in dit geval velen ook met ons.

Regelmatig werden wij door oudere inwoners aangesproken: men vond het jammer dat de naam Vischmarkt in onbruik was geraakt en dat er fantasienamen voor deze plek in de plaats dreigden te komen.

In de uitnodiging voor de onthulling van het straatnaambord op 23 juni 2016 wordt gesproken van de nieuwe tenaamstelling voor dit pleintje. Dit klopt niet. In het verleden ontstonden straatnamen in het dagelijks gebeuren en werd er niet, zoals in deze tijd, hierover een officieel college- of raadsbesluit genomen. Er is ook nooit een besluit genomen dat de naam werd opgeheven! Dus geen nieuwe naam, maar de revival van de oudste naam.

We hebben hier te maken met een van de oudste straatnamen van Doesburg. Reeds in 1326 genoten inwoners van Doesburg allerlei tolvrijheden bij de Rijntol bij Lobith. Het handelsverkeer per schip ging via de Rijn ook over de IJssel naar Doesburg. Naast bijvoorbeeld wijn was een belangrijk product vis, met name veel stokvis.

De eerste vermelding van de naam Vischmarkt treffen we dan ook al aan in 1416!

Dit jaar dus precies 600 jaar geleden. Dit is zelfs nog voor de oudste en enige vermelding van Doesburg als Hanzestad in 1447.

In 1457 is er sprake van de ‘Vischmarktstraat achter den Beitel’. De Philippus Gastelaarsstraat heette voor 1945 Beitelstraat.

Vanaf die 15e eeuw komt de naam veelvuldig voor. In de 19e en 20e eeuw komen we het dan ook tegen als officieel adres voor bewoners van met name de kant van het museum. Het gedeelte links van het steegje was in de 17e eeuw de Markt (de huidige Markt was toen kerkhof) en rechts werd Vischmarkt genoemd.

In september 1929 is er plotseling een aantal bewoners van de Roggestraat en de Beitelstraat die verzoeken om de ’Vischhal’ af te breken. In de Graafschapbode van die tijd wordt vermeld dat het hierbij gaat om zeer ’laag-bij-de-grondsche’ redenen. Wat die redenen zijn is niet geheel duidelijk! In het bericht wordt ook melding gemaakt dat van andere zijde op behoud van de Vischmarkt uit oudheidkundig oogpunt veel prijs wordt gesteld. Er wordt tot slot vermeld dat B en W niet voornemens zijn het verzoek in te willigen.

Er is, met name in de jaren dertig van de vorige eeuw, een periode geweest dat er bij de gemeente ook een Visafslager in dienst was. De vis werd bij afslag aan de man gebracht. Soms werd een mand vis bewust hoog ingezet zodat het daardoor niet werd verkocht. Deze vis werd dan daarna verdeeld onder de behoeftigen in de stad.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt de Doesburgse ‘vischhal, mede naar aanleiding van beschadiging door een aanrijding, toch afgebroken. De aanvoer van verse vis, inmiddels al ruim twee honderd jaar afkomstig uit de Zuiderzee, was gestopt en op de plek van de overkapping werd een klokkenstoel gebouwd. In deze klokkenstoel hebben vele jaren de zware luidklokken uit de op 15 april 1945 opgeblazen Martinitoren een plek gekregen. Na de herbouw van de toren zijn ze uiteraard weer herplaatst en kwam er in 1965 ook een eind aan de klokkenstoel.

Zoals net gemeld werd in Doesburg in latere tijden Zuiderzee-vis verkocht. Bijzonder in dit verband is de geschiedenis van de Elburgse vissersfamilie Van Triest. Enkele generaties lang, totaal meer dan 150 jaar, kwam men wekelijks met verse vis uit de Zuiderzee naar Doesburg. In 1934 werd daarvoor de derde generatie, de 70-jarige Frank van Triest, uitgebreid in het zonnetje gezet. Hij vierde toen zijn 50-jarig jubileum Reeds zijn grootvader en vader (bekend als Garrit de Vischboer) gingen hem decennia lang voor. Op zeer jonge leeftijd trok Frank van Triest er al met zijn vader op uit om vis te verkopen. Elke vrijdag naar Doesburg. Toen hij amper 20 jaar was nam hij het bedrijf en de Elburger botter EB43 van zijn vader over. Hij liet de vissersknechten uitvaren voor de visvangst en verkocht zelf de vangst in een aantal plaatsen. Later verkocht hij de botter en kocht de vis op de afslag. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee werd het voor de vissers steeds moeilijker een goede boterham te verdienen.

In 1934 vertelde Frank van Triest nog iets over zijn tochten naar Doesburg. Uit dit gesprek een klein stukje. ’Als ik visch ga uitventen, moet ik reeds een avond tevoren met paard en wagen uit Elburg vertrekken. In de zomermaanden gaat dat heel goed, want ik geniet van de mooie zomernachten, als ik langs eenzame wegen trek, van de schone natuur. Aan slaap en rust heb ik dan geen behoefte. Maar als de gure herfstdagen komen, valt het vaak niet mee om met mijn trouwe paardje weer en wind te trotseren. ’s Nachts rusten we dan enige uren in Beekbergen. ’t Is trouwens al mijn tiende paard, dat ik in die vijftig jaren in bedrijf heb. Vroeger verkocht ik volop bot, garnalen, spiering, paling, enz., maar met de afsluiting van de Zuiderzee, werd voor ons visschers een bron van inkomsten afgesloten.’

Als historische vereniging en streekmuseum zijn we uiteraard erg blij dat deze oude naam weer in ere is hersteld!

Via onderstaand linkje komt u bij een filmpje van DoesburgTV van de officiële onthulling van het nieuwe straatnaambord op 23 juni 2016:

https://www.youtube.com/watch?v=s0VtJKxi_4M