Inloggen

Park Lindewal wordt Theo Colenbranderplantsoen

Het was op maandag 31 oktober 2016 voor de historische vereniging Stad en Ambt Doesborgh en Streekmuseum De Roode Tooren weer een feestelijke dag. Eerst de Vischmarkt en nu het Theo Colenbranderplantsoen…

Ruim vier jaar geleden hebben wij bij het gemeentebestuur het verzoek neergelegd om dit naamloze park te vernoemen naar een, zelfs internationaal, zeer bekende Doesburger: Theo Colenbrander.

Voorzitter Rinus G.M. Rabeling tijdens de onthulling:

‘Ik kan mij nog herinneren dat we omstreeks 1978 contact zochten met de bekende kunstkenner Pierre Jansen, destijds directeur van het Gemeentemuseum te Arnhem. Het ging toen met name om de nalatenschap van Alexander Verhuell. Helaas was hij niet bereid om objecten van Verhuell weer terug naar Doesburg te doen en richtte hij naar aanleiding van onze vraag en ideeën zelf een Alexander Verhuell presentatie in in de koepel van het museum.

Bij die gesprekken was ook conservator Riet Neerincx van het museum betrokken. Via haar werden wij attent gemaakt op de persoon Theo Colenbrander, in 1841 in Doesburg geboren en in 1930 in Laag-Keppel gestorven. Het duurde toch nog een tijd eer wij het aandurfden een expositie over Theo Colenbrander te gaan inrichten. Inmiddels was Riet Neerincx opgevolgd door Hadewych Martens. Zij verleende ons alle medewerking en we konden rekenen op een aantal bijzondere bruiklenen.

Ook ontstond in die tijd het contact met het verzamelaarsechtpaar Toos en Willem Spijker uit Hilversum. Willem bezat een grote collectie keramiek, waaronder natuurlijk ook objecten van Theo Colenbrander.

Zo konden wij in 1996 een bijzondere tentoonstelling aan belangstellenden, maar vooral ook aan de Doesburgers, presenteren. Onze stadgenoot stond volop in de belangstelling. Met hulp van Willem Spijker konden we zelfs enkele kleinere objecten van Theo voor het museum verwerven.

Daarna duurde het tot medio 2010 eer Colenbrander bij ons weer actueler in beeld kwam. Volgens mij bezocht Arno Weltens in de zomer van dat jaar ons museum en sprak mij aan. Hij vond dat deze bijzondere Doesburger eigenlijk meer aandacht verdiende. Hij was al vele jaren bezig met onderzoek naar de kunstenaar en stelde voor om een ruimte in te richten als Theo Colenbrandersalon. Hij lichte zijn ideeën toe en wij vonden een en ander direct een bijzondere aanvulling op onze permanente presentatie.

Met dit plan in het achterhoofd hebben wij toen de stoute schoenen aangetrokken en contact gezocht met Dirk Nienhuis. Een groot verzamelaar van toegepaste kunst uit de eerste helft van de vorige eeuw en dus ook liefhebber van het werk van Colenbrander. Hij was direct bereid om een aantal zeer bijzondere stukken uit zijn Meentwijck collectie beschikbaar te stellen. Onze presentatie kreeg hiermee een geweldige kwaliteitsimpuls.

Uiteraard zijn we hiervoor de heer en mevrouw Nienhuis veel dank verschuldigd.

Met financiële steun van de Gestichten van Weldadigheid en het Rabobank Coöperatie Fonds kon de salon worden ingericht en werd in 2011 geopend.

Wekelijks komen er bezoekers die het werk van Colenbrander waarderen naar het museum en anderen zeggen regelmatig: O, van kunst en kitsch of schatgraven…!

Vanmiddag krijgt Theo Colenbrander ook in zijn geboorteplaats, vandaag op de dag af 175 jaar na zijn geboorte, een eigen plantsoen. Het plantsoen werd omstreeks 1920 aangelegd en misschien heeft hij er in die tijd wel rondgekeken.

Theo Colenbrander (Doesburg 1841-Laag-Keppel 1930) woont met zijn ouders en zijn zus in de Kerkstraat 21 in Doesburg. Een broertje van hem is al op zeer jeugdige leeftijd overleden. Hij gaat naar alle waarschijnlijkheid naar de Franse school in de Kosterstraat.

Zijn vader Johannes is handelaar en hoofd van financiën van de gemeente Doesburg.

In 1862 gaat hij in de leer bij de Arnhemse architect Lucas Eberson, de latere chef-bouwmeester van koning Willem III. Drie jaar later wint zijn ontwerp voor een museum de prijsvraag van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst.

Het faillissement van vader in 1868 heeft tot gevolg dat de gemeenteraad het vertrouwen in Colenbrander sr. opzegt. Dit heeft tot gevolg dat de familie uit Doesburg verhuist.

In 1867 neemt Theo Colenbrander in Parijs deel aan de voorbereidingen van de Wereldtentoonstelling en maakt kennis met onbekende culturen. Deze nieuwe culturen zijn voor hem ongetwijfeld tot grote inspiratie geweest. In 1876 keert hij terug uit Parijs.

Colenbrander werkt daarna als technisch tekenaar voor het ministerie van Oorlog in Den Haag en het Hoogheemraadschap Rijnland. In 1884 wordt hij artistiek leider van de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg. Hij krijgt opdrachten als binnenhuisarchitect, tekent boekillustraties en maakt textielontwerpen. Ook ontwerpt hij tapijten en wordt in 1895 artistiek leider van de Amersfoortsche Tapijtfabriek.

Vanaf 1912 heeft hij ook vele ontwerpen gemaakt voor de Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda. Deze samenwerking was echter van korte duur.

Na vele jaren keert hij terug naar de provincie Gelderland. De vrijgezelle kunstenaar verhuist in tien jaar tijd elf keer.

In 1920 wordt speciaal voor Colenbrander plateelbakkerij RAM in Arnhem opgericht. Maar ook deze activiteit eindigde in 1925 met behoorlijke meningsverschillen.

In 1928 verhuist Colenbrander naar Laag-Keppel en neemt zijn intrek bij de plaatselijke veldwachter Berenschot en zijn gezin. Hier overlijdt hij in 1930 en wordt in Oosterbeek, in het graf van zijn zuster, bijgezet.

Als historische vereniging en streekmuseum zijn wij trots op Theo Colenbrander en zijn invloed als mogelijk eerste industrieel vormgever in ons land en zijn wij uiteraard erg blij met de vernoeming van dit park.’

Hierna onthullen wethouder Fred Jansen en voorzitter Rinus G.M. Rabeling het informatiepaneel en het nieuwe straatnaambord.

Via bijgaande link kunt u een filmpje van de onthulling openen, gemaakt door Maarten Lindner van Doesburg TV.

https://www.youtube.com/watch?v=A0W9gnU_o7Q