Inloggen

Jan de Beijer

EXPOSITIE  ‘JAN DE BEIJER IN ACHTERHOEK EN LIEMERS’

Jan de Beijer (Aarau 1703 - verm. Doesburg 1780)

t/m 10 september 2023 – dinsdag-vrijdag 11.00-17.00 uur en zaterdag-zondag 13.00-17.00 uur.

Van de 18de-eeuwse tekenaars van stads- en dorpsgezichten, kastelen en andere huizen moeten Cornelis Pronk (1691-1759) en Jan de Beijer (1703-1780) tot de belangrijkste van ons land worden gerekend. De Beijer heeft onder meer gewerkt in Oost-Gelderland. Zijn nauwgezette, natuurgetrouwe tekeningen zijn in meer dan één opzicht voor ons van groot belang: historisch, landschappelijk en voor het behoud van het cultureel erfgoed.

 

Over zijn levensloop is bekend dat hij in 1703 in Aarau (Zw.) is geboren. Zijn vader was daar werkzaam als wervingsofficier. Later ging hij volgens publicaties in Emmerik naar school. Daarna vinden wij hem terug in Vierlingsbeek en vervolgens is hij in Amsterdam, waar hij een tekenschool heeft gehad. Op zijn beurt zou hij leerling zijn geweest van Cornelis Pronk. Over het jaar en de plaats van overlijden was de gangbare mening, dat hij in Duitsland bij Emmerik zou zijn overleden. Dit gegeven is destijds door zijn biograaf Henk Romers nagetrokken. Daarbij bleek dat dit hoogstwaarschijnlijk berustte op een artikel in de Wapenheraut (1897-1920, maandblad gewijd aan geschiedenis, geslacht-, wapen-, oudheidkunde). De schrijver van dat artikel merkte op dat de vermelding als ongeloofwaardig moest worden beschouwd. De bovenbedoelde mededeling was dus geen nieuwe vondst en bovendien nooit aangetoond. Een belangstellend inwoner van Emmerik heeft Romers destijds medegedeeld dat hij, na de bovenbedoelde bekendmaking, in de archieven aldaar heeft gezocht, doch niets over Jan de Beijer heeft kunnen vinden.

In 1980 en 2003 werd nog steeds, zonder nieuw ‘bewijs’, aangenomen dat Jan de Beijer in Duitsland zou zijn overleden. Dit kan men o.a. lezen in de catalogus van het Städtisches Museum Haus Koekkoek, Kleef. Daar staat bij cat. nr. 210 (een gezicht op Hoog-Elten): ‘Die Zeichnung entstand 1777, als sich De Beijer in seinen letzten Lebensjahren in der Umgebung von Emmerich, vermutlich in Hüthem, niedergelassen hatte’. Het jaartal is echter niet 1777 maar 1737…(!)

Enige tijd daarna werd een door Jan de Beijer gesigneerde tekening gevonden: De Vosseboom te Middachten, 1775, met de toevoeging: ad viv:delin. Uit het laatste blijkt dat De Beijer in 1775 dus ter plaatse was. De tekening stelt een boom in een landschap voor, zonder verdere aankleding met huizen of dergelijke. Er zijn nog enkele tekeningen, niet gesigneerd, maar aan hem toegeschreven die een landschap voorstellen, t.w. bij Doesburg, langs de Zuid-Veluwezoom bij Arnhem en tussen Arnhem en Rheden.

 

Is Jan de Beijer dan in Doesburg overleden? Gezien het feit dat in Doesburg een broer van Jan woonde, wordt thans veelvuldig aangenomen dat hij in deze plaats zijn levensavond heeft doorgebracht. In 1775 was Jan de Beijer ongeveer 70 jaar. Indien hij inderdaad bij Emmerik zou hebben gewoond, zou hij dan daarvandaan nog reizen hebben gemaakt naar de streek tussen Arnhem en Doesburg? Het reizen was in die tijd een vermoeiende bezigheid, zeker voor een bejaard man. Voorts zijn er geen tekeningen uit de omgeving van Emmerik gevonden, die uit dezelfde tijd dateren. Gesteld dat De Beijer de onderhavige tekeningen tijdens een logeerpartij te Arnhem of Doesburg of elders in de buurt zou hebben gemaakt (hetgeen onder dergelijke omstandigheden niet aannemelijk is), dan zou hij zeker ook in de omgeving van zijn eventuele woonplaats Emmerik hebben getekend. Een ondersteuning van deze hypothese is het volgende: In 1964 ontdekte Romers een tekening van Doesburg, gedateerd 1772. In de verzameling De Poll bevindt zich een serie tekeningen, die gezichten in de omgeving van die stad voorstellen, doch die destijds niet zijn opgenomen in de Oeuvre-catalogus (verschenen in 1969). Een van die tekeningen is de voortekening van het zo-even genoemde blad van de omgeving van Doesburg. gezien deze groep tekeningen stond het voor biograaf Romers vast, dat Jan in Doesburg zijn levensavond heeft doorgebracht. In 2019 kwam ook nog een stadsgezicht van Doesburg uit 1772 ter veiling. Tot nu toe is de laatste tekening die op Emmerik betrekking heeft in 1745 ontstaan.

Jan de Beijer was in 1772-1775 wel actief in de omgeving van Doesburg, o.a. te Ellecom en Doesburg. Uit 1775 is er ook nog een tekening van de kerk in Angerlo bekend. Waarschijnlijk één van zijn laatste werken!

 

Het is in ieder geval duidelijk dat Jan de Beijer op zijn reizen regelmatig Doesburg bezocht. Tijdens de reis van 1743 kwam hij zelfs drie keer naar Doesburg en ook1752 heeft hij in Doesburg gewerkt. De laatst bekende en gedateerde werken van hem zijn allemaal gemaakt in Doesburg (1772) of in de directe omgeving, zoals bij De Steeg (1773) en als laatste te Angerlo in 1775. Doesburg is een van de meest door hem getekende plaatsen, er zijn van het stadje maar liefst 18 tekeningen van hem bewaard gebleven! Het lijkt inderdaad onwaarschijnlijk, hetgeen ook Romers aangeeft, dat een man op gevorderde leeftijd in die tijd nog dit soort vermoeiende reizen zou ondernemen. Dat hij op enig moment bij zijn broer Johann Andreas in Doesburg is gaan wonen is zeer aannemelijk. Temeer daar hij ook regelmatig bij hem in Emmerik aan de Geistmarkt verbleef. De Beijer heeft altijd veel contacten onderhouden met zijn familie. Wanneer Johann Andreas (Johan Andries) naar Doesburg is gekomen is niet bekend. Hij komt in Doesburg in ieder geval voor in het begraafregister van 1779. De tweede dochter van Johann Andreas, Johanna Henrietta (1741-1818), trouwde met Andries Tengbergen (overleden in Didam 1787). Hun zoon Johan Andries Tengbergen (1765-1840) was van 1816 tot aan zijn overlijden in 1840 burgemeester van Doesburg. Mogelijk is Andreas Johann na het overlijden van zijn vrouw in 1768 in de buurt van zijn dochter en schoonzoon (en kleinzoon) in Doesburg gaan wonen. Dat zou ook een voor de hand liggende reden geweest kunnen zijn dat Jan de Beijer na het overlijden van zijn broer in 1779 in Doesburg is blijven wonen en wellicht in 1780 in het stadje aan de IJssel is overleden.

 

De expositie ‘Jan de Beijer in Achterhoek en Liemers’ werd geheel in eigen beheer samengesteld door Streekmuseum De Roode Tooren. Naast uitgebreid onderzoek door Eelco Blokdijk en Rinus Rabeling is onder meer gebruik gemaakt van de belangwekkende publicaties van: drs. H. Romers (‘J. de Beijer – Oeuvrecatalogus’ (1969) en ‘Achttiende-eeuwse gezichten van steden, dorpen en huizen naar het leven getekend. J. de Beijer deel 1, Gelderland en Overijssel’ (1987);  en drs. Guido de Werd (‘Jan de Beijer (1703-1780), tekeningen van Emmerik tot Roermond’ (1980). Belangrijk was voorts de onmisbare medewerking van het ‘Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis’, Den Haag.

Daarnaast werd onder andere nog medewerking ontvangen van Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Doesburg - Gelders Archief, Arnhem - Regionaal Archief, Zutphen - Stadsarchief Amsterdam - Haags Gemeentearchief, Den Haag - Rijksmuseum, Amsterdam - Museum Arnhem - Stedelijk Museum, Zutphen - Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam - Teylersmuseum, Haarlem - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort - Universiteitsbibliotheek, Leiden - Liemers Museum, Zevenaar - Particuliere collecties in Nederland, Duitsland en Engeland - Stadtarchiv Aarau (CH) - Städtisches Museum Kleve (D) - Kupferstichkabinett der Staatlichen Museen zu Berlin (D) - Städelmuseum, Frankfurt am Main (D) - Museum voor Schone Kunsten, Brussel (B) - Ecole des Beaux Arts, Paris (F) - British Museum, Londen (GB).

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door het gemeentebestuur van Doesburg.